GPSR en productaansprakelijkheid: twee wetten naast elkaar

Het verschil zit in het rechtsgebied. De GPSR is publiek recht: een toezichthouder als de NVWA handhaaft en kan uw product uit de handel halen. De productaansprakelijkheidsrichtlijn is privaat recht: een benadeelde stapt naar de rechter en eist schadevergoeding. De ene regelt toegang tot de markt, de andere de rekening achteraf.

De twee worden vaak door elkaar gehaald omdat ze allebei over een onveilig product gaan. Toch staan ze los van elkaar. De GPSR stelt eisen aan u voordat u verkoopt. De productaansprakelijkheidsrichtlijn komt pas in beeld als er al schade is. U kunt aan de GPSR voldoen en toch aansprakelijk zijn. Het omgekeerde kan net zo goed.

KenmerkGPSRProductaansprakelijkheidsrichtlijn
RechtsgebiedPubliekrecht, markttoezichtPrivaatrecht, civiele aansprakelijkheid
Wat het regeltOf u het product mag verkopen en wat u documenteertWie de schade betaalt bij een gebrekkig product
Wie treedt opDe toezichthouder, in Nederland de NVWADe benadeelde, via de rechter
WettekstVerordening (EU) 2023/988Richtlijn (EU) 2024/2853
Geldt vanaf13 december 20249 december 2026
Gevolg bij een probleemProduct uit de handel, boeteSchadevergoeding, zonder plafond

Wat de GPSR van u vraagt

De GPSR legt u publiekrechtelijke plichten op voordat u verkoopt. U voert een interne risicoanalyse uit, stelt technische documentatie op en bewaart die tien jaar. Er moet een in de EU gevestigde verantwoordelijke zijn. Uw aanbod op afstand vermeldt de fabrikant en de veiligheidsinformatie. De NVWA houdt daarop toezicht.

De GPSR is de algemene productveiligheidsverordening. Zij werkt als vangnet voor consumentenproducten en geldt voor de risico’s die specifieke wetgeving niet dekt. De kern is dat een product veilig moet zijn en dat u dat kunt onderbouwen. Concreet vraagt zij onder meer:

Voldoet u hier niet aan, dan handhaaft de NVWA. Dat kan leiden tot een bevel om het product uit de handel te halen en tot een boete. De GPSR raakt dus uw toegang tot de markt, niet uw portemonnee na een ongeluk.

Wat de productaansprakelijkheidsrichtlijn regelt

De productaansprakelijkheidsrichtlijn regelt aansprakelijkheid buiten schuld. Veroorzaakt een gebrekkig product schade, dan betaalt de producent, ook zonder dat hem iets te verwijten valt. De benadeelde hoeft alleen het gebrek, de schade en het verband aan te tonen. Richtlijn (EU) 2024/2853 vervangt de regeling uit 1985 en schrapt het schadeplafond.

In Nederland staat deze aansprakelijkheid in artikel 6:185 van het Burgerlijk Wetboek, dat op de Europese richtlijn is gebaseerd. Uw zorgvuldigheid is geen verweer. De staat van het product bepaalt de uitkomst. De nieuwe richtlijn scherpt dat op drie punten aan:

Daartegenover staan de verweren uit artikel 11 van de richtlijn. Het gebrek bestond nog niet toen u het product in de handel bracht. U volgde dwingende voorschriften. De schade komt door een wijziging buiten uw macht. Elk verweer staat of valt met het bewijs in uw dossier.

Eén gebrekkig product, twee wetten

Neem een geïmporteerde ventilator die door een smeltende stekker brand veroorzaakt. De GPSR bepaalt dat de NVWA het product uit de handel kan halen en een terugroeping kan eisen. De productaansprakelijkheidsrichtlijn bepaalt dat de gedupeerde zijn schade op u kan verhalen. Hetzelfde defect, twee losse procedures.

De twee sporen lopen parallel en raken elkaar in uw dossier. De NVWA vraagt uw technische documentatie om te beoordelen of u het product veilig op de markt bracht. De rechter of de verzekeraar vraagt dezelfde documentatie om te beoordelen of u een verweer hard kunt maken. Wie maar een van beide op orde heeft, loopt op het andere spoor alsnog vast.

Wie aansprakelijk is bij productie in Azië

Als u in Azië laat produceren en er uw eigen merk op zet, bent u onder beide wetten de fabrikant. Onder de GPSR draagt u de verantwoordelijkheid van de producent, onder de productaansprakelijkheidsrichtlijn kunt u als producent worden aangesproken. De importeur die het product de Unie binnenbrengt loopt hetzelfde risico.

Dat is het punt dat private label en import het hardst raakt. U koopt niet alleen voorraad in, u koopt de verantwoordelijkheid van de fabrikant erbij. De prijs van het product zegt niets over de omvang van dat risico. En onder de nieuwe productaansprakelijkheidsrichtlijn is ook de gemachtigde een partij die kan worden aangesproken, zodat de keten rond de buitenlandse fabrikant volledig in de EU belegd is.

Twijfelt u of beide wetten op uw product van toepassing zijn?

Laat kort weten om welk product het gaat. Wij nemen contact op met wat wij kunnen doen en wat het kost.


    Gaat het om een product, noem dan kort wat het is en wat het doet.


    Hierop sturen wij het antwoord.


    Vul dit alleen in als u liever gebeld wordt.

    Waarom uw GPSR-dossier uw beste verweer is

    Het dossier dat de GPSR toch al van u eist, is onder de nieuwe productaansprakelijkheidsrichtlijn uw bewijsmiddel. Kunt u de documentatie niet tonen, dan kan de rechter het gebrek vermoeden en verschuift de bewijslast naar u. De risicoanalyse en de testrapporten maken juist de verweren uit artikel 11 hard.

    Hier komen de twee wetten samen. De technische documentatie, de risicoanalyse en de traceerbaarheid die u voor het markttoezicht aanlegt, zijn precies het bewijs waarmee u een schadeclaim pareert. Een merk dat in Azië laat produceren kan zijn aansprakelijkheid onder de nieuwe richtlijn alleen begrenzen met het dossier dat de GPSR al verplicht stelt. Een dun dossier is daarmee uw grootste blootstelling, een sterk dossier uw beste verweer.

    Let op bij een substantiële wijziging

    Wijzigt u een product wezenlijk, dan wordt u daarvoor opnieuw de aansprakelijke partij. Leg daarom per modelvariant een eigen dossier aan en noteer wanneer de gewijzigde versie voor het eerst op de markt kwam. Zo blijft het bewijs bij het product dat u daadwerkelijk verkoopt.

    Welke datums u in de gaten houdt

    Twee datums sturen uw dossier. De GPSR geldt sinds 13 december 2024, dus die plichten lopen nu al. De productaansprakelijkheidsrichtlijn geldt voor producten die vanaf 9 december 2026 op de markt komen. Noteer per artikelnummer wanneer een product voor het eerst in de handel kwam, want dat bepaalt welk regime telt.

    De oude productaansprakelijkheidsregeling uit 1985 wordt op 9 december 2026 ingetrokken, maar blijft gelden voor producten die vóór die datum in de handel zijn gebracht. Er ontstaan dus twee regimes naast elkaar, gescheiden door de datum van eerste plaatsing op de markt. Die datum vastleggen is een kleine administratieve ingreep met een groot gevolg bij een geschil.

    Wat u nu regelt

    Breng eerst in kaart welke producten u onder eigen merk of als importeur verkoopt, want daar loopt u onder beide wetten risico. Controleer of uw technische documentatie klopt met wat er nu in de doos zit. Leg per artikelnummer de datum van eerste plaatsing op de markt vast.

    Bronnen
    • Verordening (EU) 2023/988 inzake algemene productveiligheid (GPSR), artikel 9, 16 en 19, tekst op EUR-Lex
    • Richtlijn (EU) 2024/2853 inzake aansprakelijkheid voor gebrekkige producten, artikel 8, 10 en 11, met de intrekking van richtlijn 85/374/EEG per 9 december 2026, tekst op EUR-Lex
    • Burgerlijk Wetboek boek 6, artikel 185 over aansprakelijkheid voor gebrekkige producten, wetten.overheid.nl
    Wetgeving nagekeken op 13 oktober 2026
    Francois Frietman
    Oprichter Declaer

    Jurist met een achtergrond in e-commerce. Schrijft over de regels die hij dagelijks toepast in dossiers voor merken en fabrikanten. Meer over Francois

    Veelgestelde vragen

    Geldt de GPSR of de productaansprakelijkheidsrichtlijn voor mijn product?
    Als het een consumentenproduct is, waarschijnlijk allebei. De GPSR geldt als vangnet voor de veiligheid en het markttoezicht. De productaansprakelijkheidsrichtlijn geldt voor de civiele aansprakelijkheid als het product schade veroorzaakt. Ze sluiten elkaar niet uit.
    Vervangt de nieuwe productaansprakelijkheidsrichtlijn de GPSR?
    Nee. Het zijn twee losse regimes met een eigen doel. De GPSR regelt of u een product veilig op de markt mag brengen. De productaansprakelijkheidsrichtlijn regelt wie de schade betaalt als het misgaat. De een vervangt de ander niet.
    Helpt mijn GPSR-dossier bij een schadeclaim?
    Ja. De technische documentatie en de risicoanalyse die de GPSR vraagt, zijn onder de nieuwe productaansprakelijkheidsrichtlijn het bewijs waarmee u de verweren uit artikel 11 onderbouwt. Kunt u dat dossier niet tonen, dan kan de rechter het gebrek vermoeden.
    Wanneer gaat de nieuwe productaansprakelijkheidsrichtlijn in?
    Richtlijn (EU) 2024/2853 geldt voor producten die vanaf 9 december 2026 op de markt komen. De oude regeling uit 1985 wordt op die datum ingetrokken, maar blijft gelden voor producten die eerder in de handel zijn gebracht.

    Liever zeker weten dat uw dossier standhoudt?

    Wij toetsen uw technische documentatie en risicoanalyse en stellen het dossier op dat zowel het markttoezicht als een schadeclaim doorstaat. Binnen 24 uur een voorstel met een vaste prijs.

    Bekijk het CE-traject

    Wat valt onder een batterij label?

    Een batterij label omvat alle verplichte etikettering en markering op een batterij onder Verordening (EU) 2023/1542. Het gaat om het symbool voor gescheiden inzameling, de chemische symbolen voor cadmium en lood, een informatie- en capaciteitsetiket en een QR-code. Elke aanduiding heeft een eigen ingangsdatum en een eigen plaats op de batterij of de verpakking.

    De eisen gelden voor elke batterij die in de EU op de markt komt. Dat is dus niet alleen een losse batterij, maar ook de batterij die in een ander product zit. Een draadloze oorbuds-case, een powerbank, speelgoed met een accu, een elektrische tandenborstel: in al die gevallen moet de batterij zelf de juiste etiketten en markeringen dragen.

    Laat u in Azië produceren en zet u uw eigen merk op het product, dan bent u juridisch de fabrikant. De verplichting om de batterij correct te etiketteren ligt dan bij u, ook als uw leverancier de batterij levert en inbouwt.

    Welke etiketten en markeringen zijn verplicht?

    Verplicht zijn vier aanduidingen: het symbool voor gescheiden inzameling, het chemische symbool Cd of Pb bij te veel cadmium of lood, een informatie-etiket met de algemene batterijgegevens en een capaciteitsetiket. Draagbare niet-oplaadbare batterijen krijgen daarnaast de vermelding niet-oplaadbaar en hun minimale gemiddelde levensduur. Vanaf 2027 komt de QR-code erbij.

    De eisen staan in artikel 13 en bijlage VI van de verordening. Per aanduiding komt het hierop neer:

    Wat hoort op de batterij en wat op de verpakking?

    In de regel hoort elke aanduiding op de batterij zelf. Verordening (EU) 2023/1542 staat plaatsing op de verpakking alleen toe als de batterij te klein is. Is het inzamelsymbool kleiner dan 0,47 bij 0,47 centimeter, dan mag het van de batterij af en komt het op de verpakking, minimaal 1 bij 1 centimeter.

    Die uitzondering is smal. Ze geldt alleen voor het inzamelsymbool en alleen bij een batterij die echt te klein is om het symbool leesbaar aan te brengen. De overige aanduidingen, het informatie-etiket en de QR-code, horen op de batterij zelf zodra de afmeting dat toelaat.

    Let op bij een ingebouwde batterij

    Zit de batterij vast in uw product, dan speelt naast de etikettering ook artikel 11. Dat eist dat een draagbare batterij door de eindgebruiker te verwijderen en te vervangen is, tenzij uw product onder een van de uitzonderingen valt. Die eis geldt vanaf 18 februari 2027.

    Vanaf welke datum geldt welk etiket?

    De etiketteringseisen gelden gefaseerd. Het symbool voor gescheiden inzameling is verplicht sinds 18 augustus 2025. Het algemene informatie-etiket en het capaciteitsetiket gelden sinds 18 augustus 2026. De QR-code op elke batterij volgt op 18 februari 2027. De koolstofvoetafdrukverklaring kent aparte datums per batterijsoort tussen 2025 en 2030.

    De verordening geldt in hoofdzaak sinds 18 februari 2024, maar de etiketteringseisen rollen gefaseerd uit. Onderstaande datums zijn de ingangsdatums uit artikel 13 en de bijbehorende artikelen.

    AanduidingVanafArtikel
    Symbool voor gescheiden inzameling18 aug 2025Artikel 13, lid 4
    Chemisch symbool Cd of Pb18 feb 2024Artikel 13, lid 5
    Algemeen informatie-etiket18 aug 2026Artikel 13, lid 1
    Capaciteitsetiket (oplaadbaar draagbaar, LMT, SLI)18 aug 2026Artikel 13, lid 2
    Levensduur en vermelding niet-oplaadbaar18 aug 2026Artikel 13, lid 3
    QR-code op elke batterij18 feb 2027Artikel 13, lid 6
    Batterijpaspoort (LMT, industrieel boven 2 kWh, EV)18 feb 2027Artikel 77
    Koolstofvoetafdruk, batterijen elektrische voertuigen18 feb 2025Artikel 7
    Koolstofvoetafdruk, industrieel boven 2 kWh18 feb 2026Artikel 7
    Koolstofvoetafdruk, lichte vervoermiddelen18 aug 2028Artikel 7

    De datums voor het informatie-etiket, het capaciteitsetiket en de koolstofvoetafdruk schuiven mee als de bijbehorende uitvoerings- of gedelegeerde handeling later in werking treedt. De koolstofvoetafdruk raakt bovendien alleen batterijen voor elektrische voertuigen, oplaadbare industriële batterijen boven 2 kWh en batterijen voor lichte vervoermiddelen, niet de gewone draagbare batterij in een consumentenproduct.

    Wie is verantwoordelijk voor de etikettering?

    De fabrikant is verantwoordelijk voor de etikettering. Laat u in Azië produceren en zet u uw eigen merk op het product, dan bent u juridisch de fabrikant en moet u de etikettering en markering laten aanbrengen. De importeur controleert dat het klopt. Een ontbrekend of onjuist etiket blijft uw verantwoordelijkheid.

    In de praktijk levert de fabriek de batterij met een etiket dat voor de thuismarkt is gemaakt. Dat etiket voldoet vaak niet aan de Europese eisen: het inzamelsymbool ontbreekt, de capaciteit staat er niet op of de QR-code wijst nergens heen. U bent degene die dat voor de Europese markt in orde moet brengen en moet kunnen aantonen dat het klopt.

    Twijfelt u of uw batterij goed geëtiketteerd is?

    Laat kort weten om welk product het gaat. Wij nemen contact op met wat wij kunnen doen en wat het kost.


      Gaat het om een product, noem dan kort wat het is en wat het doet.


      Hierop sturen wij het antwoord.


      Vul dit alleen in als u liever gebeld wordt.

      Wat betekenen de QR-code en het batterijpaspoort?

      Vanaf 18 februari 2027 krijgt elke batterij een QR-code. Voor batterijen voor lichte vervoermiddelen, industriële batterijen boven 2 kWh en batterijen van elektrische voertuigen opent die code het batterijpaspoort. Voor alle andere batterijen leidt de code naar de etiketinformatie, de conformiteitsverklaring en de gegevens over inzameling en recycling.

      Het batterijpaspoort is een elektronisch dossier per batterij-exemplaar. Dat raakt niet uw documentmap, maar uw productieregistratie: u moet per exemplaar herleidbare gegevens vastleggen. Voor een gewone draagbare batterij in een consumentenproduct geldt geen paspoort, maar wel de QR-code die naar de overige verplichte informatie verwijst.

      De eis dat een stationair opslagsysteem of een industriële batterij een paspoort krijgt, werken we verder uit in ons artikel over de batterijverordening voor een energieopslagsysteem.

      Wat u nu zou regelen

      Begin bij de aanduidingen die al verplicht zijn, want die datums zijn verstreken. Controleer of het inzamelsymbool en de chemische symbolen correct op uw batterijen staan en of het informatie- en capaciteitsetiket klopt. Bereid daarna de QR-code voor, want die raakt uw productieregistratie en niet alleen uw verpakking.

      1. Leg vast welke batterijen in uw producten zitten, met hun chemie, capaciteit en cadmium- of loodgehalte. Dat bepaalt welke aanduidingen verplicht zijn.
      2. Controleer of het etiket dat de fabriek aanbrengt voldoet aan bijlage VI. Laat anders een correct etiket ontwerpen.
      3. Breng in kaart welke gegevens u per exemplaar registreert. Dat bepaalt of de QR-code en, waar van toepassing, het paspoort in 2027 haalbaar zijn.
      4. Leg de onderbouwing vast in uw technische documentatie, zodat u bij een controle kunt laten zien waarop de etikettering rust.
      Bronnen
      • Verordening (EU) 2023/1542 inzake batterijen en afgedankte batterijen, artikel 13 en bijlage VI (etikettering en markering), tekst op EUR-Lex
      • Verordening (EU) 2023/1542, artikel 7 (koolstofvoetafdruk), artikel 11 (verwijderbaarheid) en artikel 96 (toepassing), tekst op EUR-Lex
      • Europese Commissie, informatiepagina over de batterijverordening en de artikel 11-derogaties (Mededeling C/2025/214), environment.ec.europa.eu
      Wetgeving nagekeken op 6 oktober 2026
      Francois Frietman
      Oprichter Declaer

      Jurist met een achtergrond in e-commerce. Schrijft over de regels die hij dagelijks toepast in dossiers voor merken en fabrikanten. Meer over Francois

      Veelgestelde vragen

      Geldt de batterijverordening ook voor een batterij die al in mijn product zit?
      Ja. De eisen gelden voor elke batterij die in de EU op de markt komt, ook als die is ingebouwd in een ander product. Staat uw merk op het product, dan bent u verantwoordelijk voor de etikettering van de batterij erin.
      Mag het inzamelsymbool op de verpakking in plaats van op de batterij?
      Alleen als de batterij te klein is. Zou het symbool kleiner worden dan 0,47 bij 0,47 centimeter, dan mag het op de verpakking, met een afmeting van minimaal 1 bij 1 centimeter. In alle andere gevallen hoort het op de batterij zelf.
      Wanneer is de QR-code op batterijen verplicht?
      Vanaf 18 februari 2027 moet elke batterij een QR-code dragen. Die verwijst naar het batterijpaspoort of naar de etiketinformatie, afhankelijk van het type batterij. De technische voorbereiding daarvan raakt uw productiegegevens, dus begin daar op tijd mee.

      Liever niet zelf uitzoeken?

      Wij beoordelen of uw batterij goed geëtiketteerd is en stellen het dossier samen voor merken en fabrikanten. Een vaste prijs vooraf, binnen 24 uur een voorstel.

      Bekijk het CE-traject

      Wat is een garantielabel?

      Een garantielabel in de EU bestaat uit twee officiële instrumenten uit de EmpCo-richtlijn. De geharmoniseerde kennisgeving herinnert aan de wettelijke garantie van minimaal twee jaar. Het GARAN-label toont een vrijwillige commerciële levensduurgarantie van meer dan twee jaar. Beide hebben een vast, Europees ontwerp dat u niet mag wijzigen.

      De instrumenten komen uit de EmpCo-richtlijn, Richtlijn (EU) 2024/825. Een uitvoeringsverordening van de Commissie werkt de precieze vorm uit. Ze verwijzen naar elkaar, zodat de consument het verschil ziet tussen de wettelijke garantie en een vrijwillige langere garantie.

      InstrumentWat het doetWie brengt het aan
      Geharmoniseerde kennisgevingHerinnert aan de wettelijke garantie van minimaal twee jaarDe verkoper, in de winkel of online
      GARAN-labelToont een commerciële levensduurgarantie van meer dan twee jaarDe producent, op het product of de verpakking

      Wat is de wettelijke garantie?

      De wettelijke garantie is het recht van de consument op een product dat voldoet aan wat hij ervan mag verwachten. Ze volgt uit Richtlijn (EU) 2019/771 en staat in het Burgerlijk Wetboek. De minimumduur is twee jaar, maar in Nederland kan ze langer zijn, afhankelijk van het product.

      In Nederland is de duur niet vastgepind op twee jaar. De conformiteitsregel in artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek knoopt aan bij de verwachte levensduur: van een wasmachine mag u langer plezier verwachten dan van goedkope oordopjes. De aansprakelijke partij is de verkoper, niet de fabrikant in Azië.

      Wat is de geharmoniseerde kennisgeving?

      De geharmoniseerde kennisgeving wijst de consument op de wettelijke garantie van minimaal twee jaar. Ze heeft een vast formaat met een QR-code naar meer uitleg. U toont ze als verkoper op een opvallende plek: een poster in de winkel, bij de kassa of een vaste verwijzing op uw website.

      Afgedrukt mag de kennisgeving niet kleiner zijn dan A4. In de winkel mag ze in kleur of in zwart-wit, online moet ze in kleur. De officiële bestanden in alle EU-talen zijn te downloaden via Your Europe, zodat u niets zelf hoeft te ontwerpen.

      Wanneer gebruikt u het GARAN-label?

      Het GARAN-label is verplicht zodra u als producent een commerciële levensduurgarantie aanbiedt die kosteloos is, het hele product dekt en langer dan twee jaar duurt. Voldoet uw garantie daaraan, dan gebruikt u het label. Een garantie op slechts een onderdeel valt er niet onder.

      Het label staat voor die vrijwillige belofte: het product behoudt bij normaal gebruik zijn functies gedurende het aangegeven aantal jaren. Lukt dat niet, dan repareert of vervangt u als producent kosteloos. Daarnaast levert u een commerciële garantieverklaring mee die naar de wettelijke garantie verwijst.

      Hoe ziet het GARAN-label eruit?

      Het GARAN-label heeft een vast ontwerp dat u niet mag wijzigen. Het bevat de titel GARAN, een vinkje als teken van duurzaamheid, een kalenderpictogram met het aantal jaren, een herinnering aan de wettelijke garantie en een QR-code. U past alleen de duur, uw merk en de typeaanduiding aan.

      De vaste onderdelen liggen Europees vast:

      U vult zelf drie dingen in: de duur van de garantie in jaren, uw merk of handelsmerk en de typeaanduiding van het product. De bewerkbare vectorbestanden staan in meerdere talen klaar om te downloaden via Your Europe.

      Download de officiële bestanden

      De Europese Commissie stelt het GARAN-label, de geharmoniseerde kennisgeving en de praktische richtsnoeren gratis beschikbaar in alle EU-talen. Download alles op de publicatiepagina van de Europese Commissie. Rechtstreeks: het GARAN-label (zip) en de praktische richtsnoeren (pdf).

      Let op bij een eigen garantiebelofte

      Een losse kreet als vijf jaar garantie is geen GARAN-label. Wilt u het officiële label voeren, dan moet uw garantie kosteloos zijn, het hele product dekken en langer dan twee jaar duren. Andere garanties mag u aanbieden, maar niet zo dat de consument ze verwart met de GARAN-levensduurgarantie.

      Wie is verantwoordelijk, de producent of de verkoper?

      De wettelijke garantie is een zaak tussen de consument en de verkoper. Zet u uw eigen merk op het product, dan bent u vaak zelf de verkoper via uw webshop of marktplaats. Als producent bepaalt u daarnaast of u een levensduurgarantie aanbiedt en dus het GARAN-label voert.

      Voor een merk dat in Azië laat produceren en onder eigen naam verkoopt, lopen die twee rollen samen. U bent de partij die de kennisgeving moet tonen bij de verkoop. En u bent de partij die beslist of er een GARAN-label bij het product hoort. Beide keuzes legt u het beste vast voordat de verkoop in de EU start.

      Twijfelt u over uw garantie-informatie?

      Laat kort weten om welk product het gaat. Wij nemen contact op met wat wij kunnen doen en wat het kost.


        Gaat het om een product, noem dan kort wat het is en wat het doet.


        Hierop sturen wij het antwoord.


        Vul dit alleen in als u liever gebeld wordt.

        Mag u de garantie als verkoopargument gebruiken?

        De wettelijke garantie mag u niet presenteren als een onderscheidend kenmerk van uw aanbod. Ze geldt voor elk product, dus ze onderscheidt niets. Datzelfde verbod uit de EmpCo-richtlijn raakt het uitventen van CE-markering en andere wettelijke eisen. Een commerciële garantie aanprijzen mag wel, zolang ze echt verder gaat.

        Hier raken de twee kanten van de EmpCo-richtlijn elkaar. De milieuclaimregels en de garantieregels komen uit dezelfde wet. Wat wettelijk verplicht is, mag u niet opvoeren als pluspunt. Wat u vrijwillig extra biedt, mag u wel laten zien, mits het klopt en controleerbaar is.

        Wat u nu zou regelen

        Controleer vóór 27 september 2026 hoe u de wettelijke garantie communiceert. Richt de geharmoniseerde kennisgeving in op uw webshop en in de winkel. Bepaal of u een levensduurgarantie van meer dan twee jaar wilt voeren. Zorg dat geen enkele garantietekst de wettelijke rechten van de consument beperkt.

        1. Download de officiële geharmoniseerde kennisgeving via Your Europe en zet ze op uw webshop en bij uw verkooppunt.
        2. Besluit of u een echte levensduurgarantie van meer dan twee jaar geeft. Zo ja, stel het GARAN-label op met uw merk, de typeaanduiding en de duur in jaren.
        3. Stel de commerciële garantieverklaring op en lever die in duurzame vorm mee, met de verwijzing naar de wettelijke garantie erin.
        4. Loop uw huidige garantieteksten na en haal eruit wat de wettelijke rechten inperkt of wat een verplichting als pluspunt presenteert.
        Bronnen
        • Europese Commissie, Your Europe: de kennisgeving over de wettelijke garantie en het GARAN-label van de EU (vorm, verplichte onderdelen en downloadbare bestanden), europa.eu/youreurope
        • Richtlijn (EU) 2024/825 (EmpCo), artikel 22 bis over de geharmoniseerde kennisgeving en het geharmoniseerde etiket, met toepassing vanaf 27 september 2026, plus de uitvoeringsverordening van de Commissie over vorm en inhoud, tekst op EUR-Lex
        • Richtlijn (EU) 2019/771 betreffende de verkoop van goederen (de wettelijke conformiteitsgarantie), tekst op EUR-Lex
        • Burgerlijk Wetboek: conformiteit in artikel 7:17 en de precontractuele informatieplichten in artikel 6:230m
        Wetgeving nagekeken op 7 oktober 2026
        Francois Frietman
        Oprichter Declaer

        Jurist met een achtergrond in e-commerce. Schrijft over de regels die hij dagelijks toepast in dossiers voor merken en fabrikanten. Meer over Francois

        Veelgestelde vragen

        Geldt de wettelijke garantie ook als ik een jaar fabrieksgarantie geef?
        Ja. De wettelijke garantie staat los van de garantie die u zelf geeft en u kunt haar niet inkorten. Geeft u een kortere fabrieksgarantie, dan houdt de consument zijn wettelijke rechten, die in Nederland verder kunnen reiken dan twee jaar.
        Wanneer moet ik het GARAN-label gebruiken?
        Zodra u als producent een commerciële levensduurgarantie aanbiedt die kosteloos is, het hele product dekt en langer dan twee jaar duurt. Dan is het GARAN-label verplicht. Biedt u zo’n garantie niet aan, dan gebruikt u het niet, maar de kennisgeving over de wettelijke garantie geldt altijd.
        Vanaf wanneer gelden deze garantieregels?
        De lidstaten passen de regels toe vanaf 27 september 2026. De Commissie stelt de vorm en inhoud van de kennisgeving en het etiket vast in uitvoeringshandelingen. Richt uw winkel en webshop daar op tijd op in, want de informatieplicht geldt voor elke verkoop aan consumenten.

        Liever niet zelf uitzoeken?

        Wij toetsen uw productinformatie, etikettering en claims aan de EmpCo-richtlijn en de rest van het productcompliancekader. Een vaste prijs vooraf, binnen 24 uur een voorstel.

        Bekijk onze diensten

        Welke producteisen gelden als u op Bol verkoopt?

        Wie op Bol verkoopt is verantwoordelijk voor de producteisen uit de Europese wetgeving. Dat zijn onder meer de CE-markering, de algemene productveiligheid onder de GPSR, de energie-etikettering via EPREL en de eisen voor batterijen en verpakking. Voor elk daarvan geldt bovendien dat u met documentatie moet kunnen onderbouwen dat uw product voldoet.

        Welke regels precies gelden, hangt namelijk af van wat u verkoopt. De meest voorkomende producteisen zijn daarom deze:

        De rode draad is dus bewijs. Een marktplaats, een toezichthouder of een afnemer wil immers niet horen dat het klopt. Hij wil namelijk het dossier zien. Kortom, daar draait het bij producteisen om.

        Waarom controleert Bol deze producteisen?

        Bol controleert de producteisen omdat de marktplaats zelf een zorgplicht heeft. Sinds de GPSR in december 2024 van kracht werd, moeten platforms namelijk nagaan of producten aan de Europese regels voldoen. Bol vraagt verkopers daarom om een aantoonbaar dossier. Ontbreekt dat, dan kan een listing worden geblokkeerd of volgt er een vraag vanuit het toezicht.

        De verantwoordelijkheid ligt bovendien niet alleen bij de fabrikant. Immers, de GPSR legt ook de marktplaats een plicht op. Daardoor moet Bol kunnen laten zien dat de producten op het platform aan de regels voldoen. Die eis geeft het vervolgens door aan de verkopers.

        Voor u verschuiven de producteisen daarmee van sluitpost naar voorwaarde. Een compleet dossier is immers het verschil tussen ongestoord verkopen en een geblokkeerde listing of vragen van de toezichthouder.

        Wat betekent dit voor u als verkoper op Bol?

        Voor u als verkoper op Bol betekent het dat de producteisen geen bijzaak meer zijn. U hebt namelijk een dossier nodig dat CE, GPSR, EPREL, batterijen en verpakking dekt en dat standhoudt als Bol, een toezichthouder of een afnemer erom vraagt. Een erkende partner neemt dat werk daarom uit handen en levert een dossier dat de toets doorstaat.

        Het goede nieuws is dat u het toch niet zelf hoeft uit te zoeken. Waar veel verkopers namelijk op vastlopen is niet de regel zelf, maar de vraag ervoor. Geldt dit voor mijn product? Wat vraag ik aan mijn leverancier? En waar begin ik?

        Vraag uw leverancier naar de onderbouwing, niet naar het CE-logo

        Een leverancier die CE claimt heeft namelijk niet altijd de rapporten. De eerste vraag is daarom niet of het product CE heeft, maar welke testrapporten en verklaringen hij vandaag kan sturen. Dat bepaalt immers of uw dossier standhoudt als Bol of een toezichthouder erom vraagt.

        Declaer beantwoordt die vragen en bouwt vervolgens het dossier dat eronder hoort. Zo weet u met een vaste prijs vooraf en een voorstel binnen 24 uur waar u aan toe bent voordat u begint.

        Verkoopt u op Bol en twijfelt u over uw dossier?

        Laat kort weten om wat voor product het gaat. Wij bepalen de route en sturen binnen 24 uur een offerte met een vaste prijs.


          Gaat het om een product, noem dan kort wat het is en wat het doet.


          Hierop sturen wij het antwoord.


          Vul dit alleen in als u liever gebeld wordt.

          Declaer is erkend compliancepartner van Bol

          Declaer is erkend compliancepartner van Bol en staat op het Bol Certified Partners-platform, in het thema Wetgeving en Certificering. Daarnaast draagt Declaer de bronze partnerstatus, de hoogste rang voor een productcompliance-partner. Dat is dus het bewijs dat wij de producteisen op Bol dagelijks voor verkopers regelen.

          Het partnerplatform is namelijk een etalage, geen doorverwijzing. Bol zet er de partijen op de kaart waar verkopers hun zaken mee kunnen regelen. Onder het thema Wetgeving en Certificering staan zo de bureaus die helpen om producten aantoonbaar aan de Europese regels te laten voldoen. Declaer is daar bovendien als eerste onder de aangescherpte voorwaarden toegelaten.

          Officieel label: bol. partner, bronze product compliance
          Het officiële partnerlabel van Bol. Bronze is de hoogste partnerrang voor productcompliance.

          De rang heet bronze. Dat klinkt weliswaar bescheiden, maar het is het plafond voor een compliancepartner. Hoger komt een partij in deze categorie namelijk niet. Dat Declaer daar als eerste onder de nieuwe voorwaarden binnenkomt, zegt dus iets over de manier waarop wij dossiers opbouwen.

          Bronnen
          Bronnen nagekeken op 2 oktober 2026
          Francois Frietman
          Oprichter Declaer

          Jurist met een achtergrond in e-commerce. Schrijft over de regels die hij dagelijks toepast in dossiers voor merken en fabrikanten. Meer over Francois

          Veelgestelde vragen

          Welke producteisen controleert Bol?
          Bol kijkt naar de regels die per productgroep gelden: CE-markering, algemene productveiligheid onder de GPSR, energie-etikettering via EPREL en de eisen voor batterijen en verpakking. U moet bovendien met documentatie kunnen onderbouwen dat uw product aan die eisen voldoet.
          Verwijst Bol verkopers rechtstreeks naar Declaer door?
          Nee. Het Bol Certified Partners-platform promoot namelijk geverifieerde partijen, maar Bol stuurt verkopers niet automatisch door. Een verkoper kiest dus zelf een partner uit het overzicht. Declaer staat daar onder het thema Wetgeving en Certificering.
          Werkt Declaer alleen voor verkopers op Bol?
          Nee. Declaer regelt namelijk productcompliance voor merken en fabrikanten, ongeacht het verkoopkanaal. De erkenning door Bol is dus een bevestiging, geen beperking. Ook buiten Bol geldt bovendien dezelfde aanpak en dezelfde documentatie.

          Liever niet zelf uitzoeken?

          Wij bouwen namelijk het compliancedossier voor merken en fabrikanten, van de scope tot de verklaring die u ondertekent. Zo krijgt u een offerte binnen 24 uur met een vaste prijs en een doorlooptijd.

          Bekijk onze diensten

          Welke duurzaamheidsclaims op verpakking nu verboden zijn

          De Nederlandse wet kent sinds 27 september 2026 twaalf nieuwe handelspraktijken die onder alle omstandigheden misleidend zijn. Zij staan in artikel 6:193g van het Burgerlijk Wetboek, onderdelen ab tot en met am. Vier gaan over milieuclaims en keurmerken, een over wettelijke eisen als verkoopargument, de rest over levensduur en reparatie.

          Deze onderdelen komen uit Richtlijn (EU) 2024/825, in de wandelgangen de EmpCo-richtlijn. Nederland heeft die omgezet met de Implementatiewet richtlijn betere duurzaamheidsinformatie voor consumenten, Staatsblad 2026, 152. De wet wijzigt Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. De Autoriteit Consument en Markt is aangewezen als toezichthouder.

          Onder alle omstandigheden misleidend betekent dat de toezichthouder niet hoeft aan te tonen dat de consument daadwerkelijk is misleid. De praktijk staat op de zwarte lijst. Daarmee is zij verboden, ongeacht de context.

          OnderdeelWat verboden isRaakt vooral
          abEen duurzaamheidskeurmerk tonen dat niet op een certificeringsregeling rust of niet door een overheidsinstantie is ingesteldEigen logo op de doos
          acEen generieke milieuclaim maken zonder erkende voortreffelijke milieuprestatiesGroen, eco, milieuvriendelijk
          adEen milieuclaim over het hele product doen terwijl hij slechts op een onderdeel slaatGerecycled materiaal
          aeBeweren dat een product door compensatie van broeikasgassen neutraal of positief uitpaktKlimaatneutraal, CO2-neutraal
          afWettelijk verplichte eisen presenteren als onderscheidend kenmerk van uw aanbodCE, RoHS, EU-normen in listings
          ag, ahVerzwijgen dat een software-update nadelig uitpakt. Een update als noodzakelijk voorstellen terwijl hij alleen functies toevoegtProducten met een app
          aiReclame maken voor een product met een kenmerk dat bewust de levensduur beperktGeplande veroudering
          ajValselijk beweren dat een product een bepaalde levensduur heeftGaat tien jaar mee
          akEen product als repareerbaar presenteren terwijl het dat niet isRepareerbaar, duurzaam ontwerp
          al, amAanzetten tot te vroeg vervangen van verbruiksgoederen. Onjuist beweren dat niet-originele onderdelen de werking aantastenFilters, cartridges, accessoires

          Of u eco nog mag gebruiken

          Een algemene milieuclaim als groen, ecologisch, milieuvriendelijk of biologisch afbreekbaar mag alleen nog wanneer u erkende voortreffelijke milieuprestaties kunt aantonen. Dat kan op drie manieren. De EU-milieukeur, een nationaal type I keurmerk zoals Milieukeur en een topklasse onder andere Europese wetgeving, zoals het energielabel.

          De wetgever noemt in de overwegingen bij de richtlijn zelf de woorden die hieronder vallen: milieuvriendelijk, milieubewust, groen, natuurvriendelijk, ecologisch, ecologisch verantwoord, klimaatvriendelijk, zacht voor het milieu, koolstofarm, energie-efficiënt, biologisch afbreekbaar en biogebaseerd.

          Er is een tweede route. Voor de meeste merken is dat de werkbare. Een milieuclaim is namelijk alleen generiek wanneer de specificatie ontbreekt. Zet u de onderbouwing duidelijk op hetzelfde medium, dus op dezelfde doos of dezelfde productpagina? Dan is de claim niet generiek. Het verbod van onderdeel ac geldt dan niet.

          Let op wat u als specificatie laat gelden. De claim en de onderbouwing moeten over hetzelfde gaan. Energie-efficiënt mag u onderbouwen met een energielabel onder Verordening (EU) 2017/1369. Biologisch afbreekbaar kunt u niet onderbouwen met de EU-milieukeur wanneer die keur voor uw productgroep geen eisen aan afbreekbaarheid stelt.

          Een woord als bewust, duurzaam of verantwoord valt sowieso buiten de ontsnappingsroute van de milieukeur. Die woorden slaan namelijk niet alleen op milieukenmerken maar ook op sociale kenmerken. Daar zegt een milieukeurmerk niets over.

          Een duurzaamheidskeurmerk mag u alleen tonen wanneer het op een certificeringsregeling rust of door een overheidsinstantie is ingesteld. Een zelfbedacht groen bolletje met het woord eco erin valt af. Keurmerken van overheden buiten de Europese Unie vallen volgens de Commissie ook af, tenzij er een certificeringsregeling onder ligt.

          Een certificeringsregeling is in de wet scherp omschreven. Zij staat open voor alle handelaren onder eerlijke voorwaarden. De eisen zijn met deskundigen opgesteld. Er is een procedure voor niet-naleving, met schorsing of intrekking van het keurmerk. Het toezicht ligt bij een onafhankelijke derde. Een eigen merkprogramma zonder externe controle voldoet daar niet aan.

          Voor merken die in Azië laten produceren zit hier een tweede valkuil. De Commissie schrijft in haar vragen en antwoorden van 22 september 2026 dat keurmerken van overheidsinstanties buiten de Unie niet onder de uitzondering vallen. Een nationaal milieulabel uit het land van productie is dus geen vrijbrief, tenzij er een certificeringsregeling achter zit.

          Het begrip keurmerk is daarbij ruimer dan een logo met een naam eronder. De Commissie waarschuwt expliciet voor beeldelementen in het artwork. Groene blaadjes, waterdruppels en vergelijkbare natuuriconen kunnen door de gemiddelde consument worden gelezen als een impliciete milieuclaim of als een vrijwillig keurmerk. Dat hangt af van de context, de plaatsing en de totale indruk van de verpakking.

          Waarom CE-gekeurd geen verkoopargument meer is

          Het is sinds 27 september 2026 onder alle omstandigheden misleidend om een wettelijke verplichting te presenteren als onderscheidend kenmerk van uw aanbod. CE-markering, RoHS of een EU-veiligheidsnorm geldt voor elk product in de categorie. Zo’n eis in uw productomschrijving zetten als pluspunt mag dus niet meer.

          Dit is onderdeel af, in de richtlijn punt 10 bis van de zwarte lijst. Het staat tussen de milieubepalingen maar gaat niet over duurzaamheid. Voor merken die via marktplaatsen verkopen is het wel direct raak. Het type bulletpoint waarop dit verbod ziet is CE-gekeurd, voldoet aan alle EU-veiligheidsnormen of RoHS-compliant.

          Het verbod gaat niet over de markering zelf. De CE-markering aanbrengen blijft verplicht waar de wetgeving dat eist. De conformiteitsverklaring blijft het document dat u ondertekent. Het gaat over de presentatie: u mag de verplichting niet voorstellen als iets waarin uw aanbod zich onderscheidt.

          Er is een uitzondering. Die is scherp begrensd. De Commissie bevestigt dat het verbod niet geldt wanneer de eis slechts voor een deel van de categorie geldt. Concurrerende producten op de Uniemarkt vallen er dan buiten. Geldt de eis voor alles in uw categorie, dan valt u onder het verbod. Dezelfde redenering geldt voor eisen uit derde landen.

          Een verwant verbod staat in artikel 6:193c BW: adverteren met een voordeel dat zowel irrelevant is als niet uit enig kenmerk van het product voortvloeit. De richtlijn noemt glutenvrij flessenwater als voorbeeld. Water bevat van nature geen gluten, dus is het geen kenmerk van dat merk. Nikkelvrije sieraden mogen wel, want sommige sieraden bevatten wel degelijk nikkel.

          Wat u doet met verpakking die al gedrukt is

          Er is geen overgangsregeling voor oude voorraad. De regels gelden ook voor verpakking die voor 27 september 2026 al gedrukt of geleverd was. De Europese consumentenautoriteiten hebben wel afgesproken dat zij bij echte overgangsproblemen gefaseerd handhaven en niet meteen vernietiging of terugroeping eisen.

          Die afspraak staat in de Common Understanding on old stock situations van het Consumer Protection Cooperation Network, het samenwerkingsverband van Europese consumentenautoriteiten. De ACM publiceerde het document op 1 juli 2026 met een Nederlandse toelichting. Het is uitdrukkelijk geen bindende uitleg van de richtlijn, maar een gedeelde lijn voor hoe toezichthouders hun bevoegdheden inzetten.

          De kern is dat autoriteiten rekening kunnen houden met objectieve beperkingen: verpakkingscycli, voorraadvolumes, eerder geplaatste productieorders, afhankelijkheden in de keten, een lange houdbaarheid en de technische haalbaarheid van een correctie. Zij kunnen ervan afzien vernietiging of een terugroepactie te verlangen wanneer dat onevenredige kosten of onnodige milieuschade zou opleveren.

          Daar staat tegenover wat zij van u verwachten. Het document somt de inspanningen op die zij redelijk achten:

          Dat laatste punt is het punt dat merken onderschatten. De gefaseerde aanpak geldt voor wie aantoonbaar bezig is. Zonder dossier waaruit blijkt wanneer u wat heeft aangepast, heeft u geen aantoonbare inspanning. Dan is er niets om rekening mee te houden.

          Hoe de verpakkingsverordening er overheen valt

          Op verpakking liggen twee regimes over elkaar heen. De consumentenregels bepalen of u een claim mag maken. De verpakkingsverordening stelt daarbovenop eisen aan claims over recyclebaarheid, gerecycled gehalte en herbruikbaarheid. Die claims mogen alleen boven de wettelijke minimumeis uitgaan. U toont dat aan in uw technische documentatie.

          Artikel 14 van Verordening (EU) 2025/40, de PPWR, geldt sinds 12 augustus 2026. Het stelt twee eisen aan een milieuclaim over een verpakkingseigenschap waarvoor de verordening zelf voorschriften kent. De claim mag uitsluitend gaan over wat de minimumeisen overschrijdt, berekend volgens de methoden uit die verordening. Daarnaast moet de claim specificeren waarop hij slaat: op de verpakkingseenheid, op een onderdeel daarvan of op alle verpakking die u op de markt brengt.

          De slotzin van dat artikel is de zin die het werk bepaalt. Dat aan deze eisen is voldaan moet blijken uit de technische documentatie bij de verpakking, bedoeld in bijlage VII. Een recyclebaarheidsclaim is daarmee geen marketingkeuze meer maar een dossieritem naast uw conformiteitsbeoordeling.

          Praktisch betekent dit het volgende. 100 procent recyclebaar is sinds 12 augustus 2026 pas een claim wanneer u kunt laten zien dat uw verpakking de minimumeis van de PPWR overstijgt. Dat rekent u uit met de regels uit die verordening. Wie die onderbouwing niet heeft, maakt een claim die zowel onder de verpakkingsverordening als onder artikel 6:193g BW te ver gaat.

          Wat u nu van uw doos haalt

          Begin bij de artwork-bestanden die bij uw leverancier liggen, niet bij uw website. Inventariseer elke claim, elk logo en elk groen beeldelement op doos, label en handleiding. Leg per claim vast waarop hij rust. Pas daarna bepaalt u wat eraf moet, wat u specificeert en wat u laat staan.

          1. Haal de artwork op bij uw leverancier. Niet de verkoopfoto maar het drukbestand, inclusief de meertalige varianten. Daar staan claims in die nooit door uw marketingafdeling zijn gegaan.
          2. Markeer drie categorieën. Tekstclaims. Logo’s en keurmerken. Beeldelementen zoals bladeren, aarde, waterdruppels en groene vlakken.
          3. Zoek per claim de onderbouwing. Een testrapport, een certificaat, een berekening of niets. Niets is ook een uitkomst. Dan weet u dat de claim eraf gaat.
          4. Toets de keurmerken. Rust het keurmerk op een certificeringsregeling met onafhankelijk toezicht of is het door een EU-overheidsinstantie ingesteld? Zo nee, dan vervalt het.
          5. Schrap de compensatieclaims. Klimaatneutraal en CO2-neutraal op basis van compensatie kennen geen onderbouwing die dit verbod opheft.
          6. Loop uw listings langs op onderdeel af. CE, RoHS, EU-normen en andere verplichtingen horen niet in de verkoopargumenten.
          7. Leg de planning vast. Welke uiting past u wanneer aan, welke voorraad loopt uit en wanneer gaat de nieuwe artwork naar de drukker.

          Het laatste punt is tegelijk het goedkoopste. Online uitingen past u zelf aan. De gedrukte voorraad is het dure deel. Juist daarvoor is de vastgelegde planning het bewijs van een aantoonbare inspanning.

          Bronnen
          • Richtlijn (EU) 2024/825 betreffende het versterken van de positie van de consument voor de groene transitie, tekst op EUR-Lex
          • Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 193a en artikel 193g, tekst op wetten.overheid.nl
          • Implementatiewet richtlijn betere duurzaamheidsinformatie voor consumenten, Staatsblad 2026, 152
          • Europese Commissie, Questions and Answers on the ECGT Directive, 22 september 2026, pagina van de Commissie
          • Consumer Protection Cooperation Network, Common Understanding on old stock situations, juni 2026, toelichting van de ACM
          • ACM, Leidraad duurzaamheidsclaims versie 2, pagina van de ACM
          • Verordening (EU) 2025/40 betreffende verpakkingen en verpakkingsafval, artikel 14, tekst op EUR-Lex
          Wetgeving nagekeken op 1 oktober 2026
          Francois Frietman
          Oprichter Declaer

          Jurist met een achtergrond in e-commerce. Schrijft over de regels die hij dagelijks toepast in dossiers voor merken en fabrikanten. Meer over Francois

          Veelgestelde vragen

          Mag ik duurzaam of groen nog op mijn verpakking zetten?
          Alleen wanneer u erkende voortreffelijke milieuprestaties kunt aantonen. Er is een tweede weg: specificeer de claim op dezelfde verpakking. Zet u er duidelijk bij waar het duurzaamheidsvoordeel precies in zit, dan is het geen generieke claim en geldt het verbod van onderdeel ac niet.
          Geldt dit ook als ik alleen aan bedrijven verkoop?
          Nee. De regels komen uit het consumentenrecht en gelden voor commerciële communicatie richting consumenten. Verkoopt u uitsluitend aan bedrijven, dan vallen uw uitingen er niet onder. Zodra uw product via een afnemer of marktplaats bij consumenten komt, geldt het voor de claims die de consument te zien krijgt.
          Moet ik mijn bestaande voorraad vernietigen?
          Nee. De regels kennen geen overgangsregeling, maar de Europese consumentenautoriteiten hebben afgesproken dat zij bij echte overgangsproblemen gefaseerd handhaven. Zij kunnen afzien van vernietiging of terugroeping wanneer dat onevenredige kosten of onnodige milieuschade geeft. Daarvoor moet u wel kunnen laten zien welke stappen u wanneer heeft gezet.
          Mag ik CE-gekeurd in mijn productomschrijving zetten?
          Nee, niet als verkoopargument. Onderdeel af van artikel 6:193g BW verbiedt het presenteren van wettelijk opgelegde eisen als onderscheidend kenmerk van uw aanbod. De CE-markering zelf blijft uiteraard verplicht waar de wetgeving dat eist. Het verbod gaat over het uitventen ervan, niet over de markering.
          Telt een groen blaadje op mijn doos als claim?
          Dat kan. De Europese Commissie schrijft dat natuuriconen zoals bladeren en waterdruppels meetellen. De gemiddelde consument kan ze lezen als een impliciete milieuclaim of als een vrijwillig keurmerk. Of dat zo is hangt af van de plaatsing, de combinatie met tekst en de totale indruk van de verpakking.
          Wie is aansprakelijk als mijn leverancier de claim op de doos zette?
          U, zodra u het product onder uw eigen merk in de Europese Unie verkoopt. De regels richten zich op de handelaar die de commerciële communicatie doet. Dat uw leverancier het artwork aanleverde verandert daar niets aan, net zomin als dat bij de conformiteitsverklaring het geval is.
          Kort antwoord

          De Cyber Resilience Act verplichtingen gaan in twee stappen in. De meldplicht uit Verordening (EU) 2024/2847, in het Nederlands de Verordening cyberweerbaarheid, geldt sinds 11 september 2026. De producteisen, de conformiteitsbeoordeling en de CE-markering volgen op 11 december 2027. Verkoopt u een product met digitale elementen onder uw eigen merk, dan bent u de fabrikant.

          De Europese Commissie publiceerde op 27 juli 2026 richtsnoeren met 67 praktijkvoorbeelden. Die zijn niet bindend, maar ze laten wel zien hoe de toezichthouder de verordening leest.

          Wat geldt er nu al

          Sinds 11 september 2026 moet een fabrikant elke actief uitgebuite kwetsbaarheid en elk ernstig beveiligingsincident in zijn product melden bij het Nationaal Cyber Security Centrum. De eerste melding gaat binnen 24 uur de deur uit. Die plicht geldt ook voor producten die al jaren op de markt liggen.

          Hier zit het misverstand dat op dit moment de meeste dossiers raakt. Veel merken hebben in hun agenda 11 december 2027 staan en gaan ervan uit dat er tot die tijd niets hoeft. Dat klopt voor de producteisen. Het klopt niet voor de meldplicht.

          Artikel 71 van de verordening bepaalt dat artikel 14 al vanaf 11 september 2026 van toepassing is. Artikel 69, lid 3, breidt dat uit naar alle producten binnen het toepassingsgebied. Ook producten die vóór 11 december 2027 in de handel kwamen, vallen eronder.

          De richtsnoeren van de Commissie maken het onderscheid nog scherper. Voor een product dat u vóór 11 december 2027 op de markt bracht, gelden de eisen voor kwetsbaarhedenbeheer uit bijlage I deel II niet. De meldplicht geldt wel. U hoeft dus niets aan dat product te veranderen, maar u moet wel weten waar u meldt zodra er iets misgaat.

          Geen terugwerkende kracht

          Wist u vóór 11 september 2026 al dat een kwetsbaarheid actief werd misbruikt, dan hoeft u die niet alsnog te melden. Wist u wel van de kwetsbaarheid maar niet van misbruik? Blijkt dat misbruik daarna, dan geldt de meldplicht gewoon.

          De datums uit de Verordening cyberweerbaarheid
          DatumWat er ingaatVoor welke producten
          10 december 2024InwerkingtredingNog geen verplichtingen
          11 juni 2026Aanmelding van testhuizenNiet van toepassing op fabrikanten
          11 september 2026Meldplicht artikel 14Alle producten binnen de scope, ook bestaande
          11 december 2027Producteisen, beoordeling, CE-markeringProducten die daarna in de handel komen
          11 juni 2028Einde geldigheid oude typecertificatenCertificaten uit andere harmonisatiewetgeving

          Wanneer u de fabrikant bent

          U bent fabrikant zodra u een product met digitale elementen onder uw eigen naam of merk in de handel brengt. Wie het product feitelijk maakt, doet niet ter zake. Een importeur die een Aziatisch ontwerp onder eigen merk verkoopt, draagt dus alle verplichtingen die de verordening aan een fabrikant stelt.

          Artikel 21 legt dat rechtstreeks vast. Een importeur of distributeur wordt als fabrikant beschouwd zodra hij het product onder zijn eigen naam of merk in de handel brengt. Datzelfde geldt bij een ingrijpende wijziging aan een product dat al op de markt is.

          Voor de doelgroep van Declaer is dat de kern van het verhaal. Laat u in Azië produceren en zet u uw eigen merknaam op de doos, dan bent u juridisch de fabrikant. Uw leverancier is dat niet. De omvang van uw onderneming verandert daar niets aan.

          Kleine en micro-ondernemingen krijgen één verzachting. Zij hebben wel de meldplicht, maar krijgen geen boete als zij de eerste termijn van 24 uur niet halen. De melding zelf blijft verplicht.

          Zit u met een vraag over uw eigen product?

          Laat kort weten waar het over gaat. Wij nemen contact op met wat wij kunnen doen en wat het kost.

          Antwoord binnen 24 uur op werkdagen.

          Uw vraag is binnen

          Wij reageren op werkdagen binnen 24 uur. U kunt gewoon verderlezen.

          Welke producten eronder vallen

          Een product met digitale elementen is hardware of software die verbinding kan maken met een apparaat of een netwerk. Denk aan een babyfoon, een slimme deurbel, een smartwatch, een router of een app. Ook losse componenten zoals een microcontroller vallen onder de verordening.

          Artikel 3, lid 1, definieert het begrip breed: een software- of hardwareproduct met zijn oplossingen voor gegevensverwerking op afstand. Ook losse onderdelen daarvan tellen mee. De cloudkant van een slimme thermostaat telt dus mee, voor zover het product zonder die verbinding een functie mist.

          Buiten de verordening vallen producten die al onder eigen sectorale regels staan. De verordening noemt medische hulpmiddelen onder 2017/745 en 2017/746, motorvoertuigen onder 2019/2144 en luchtvaartproducten onder 2018/1139.

          Verkoopt u radioapparatuur, dan heeft u al te maken met de eisen uit artikel 3, lid 3, punten d, e en f van de radioapparatuurrichtlijn. De essentiële eisen van de Verordening cyberweerbaarheid omvatten al die elementen. Dat is uitdrukkelijk zo bedoeld, zodat één set eisen overblijft zodra de Commissie de oude gedelegeerde verordening intrekt of aanpast.

          Hoe u een melding doet

          Een melding loopt in Nederland via het digitale meldloket van het Nationaal Cyber Security Centrum. Er is geen registratieplicht vooraf. De verordening vraagt drie berichten over dezelfde zaak: een waarschuwing binnen 24 uur, een melding binnen 72 uur en daarna een eindverslag.

          U meldt in Nederland als uw hoofdvestiging hier staat. Heeft uw groep meerdere Europese vestigingen, dan meldt de entiteit met de hoofdvestiging bij het aangewezen CSIRT van dat land. Het NCSC zorgt dat de melding bij ENISA en bij de andere lidstaten terechtkomt. U meldt dus op één plek.

          De termijnen uit artikel 14
          StapTermijnWat u aanlevert
          Vroegtijdige waarschuwing24 uurSignalering en in welke lidstaten uw product beschikbaar is
          Melding72 uurHet product, de aard van de kwetsbaarheid en uw maatregelen
          Eindverslag kwetsbaarheid14 dagenNa het beschikbaar stellen van een oplossing
          Eindverslag incident1 maandNa de melding binnen 72 uur

          Alle termijnen starten op het moment dat u kennis krijgt van de kwetsbaarheid of het incident. De richtsnoeren van de Commissie vullen dat in: u heeft kennis zodra u na een eerste beoordeling redelijke zekerheid heeft dat er misbruik plaatsvindt. Die eerste beoordeling moet u wel meteen doen.

          Niet alles is een melding waard. Een kwetsbaarheid die u zelf vindt, die uit een pentest komt of die via responsible disclosure binnenkomt zonder bekend misbruik, hoeft u niet te melden. Pas bij betrouwbaar bewijs van misbruik ontstaat de plicht.

          Een kwetsbaarheid in een component van uw leverancier

          Zit de kwetsbaarheid in een onderdeel dat u heeft ingekocht, dan meldt u die voor uw eigen product. Is het kwetsbare stuk code in uw product niet bereikbaar of aantoonbaar niet misbruikt, dan hoeft u niet te melden. U moet de kwetsbaarheid wel doorgeven aan de maker van dat onderdeel.

          Wanneer een testhuis nodig is

          De verordening kent vier categorieën. Voor een regulier product volstaat een eigen beoordeling. Bijlage III wijst daarnaast belangrijke producten aan in klasse I en klasse II. Bijlage IV noemt de kritieke producten. Voor die categorieën is een aangemelde instantie nodig zodra geharmoniseerde normen ontbreken.

          Klasse I van bijlage III is voor een merk in consumentenelektronica de categorie om te controleren. Daarin staan onder meer:

          • Producten voor slimme huizen met een beveiligingsfunctie, met zoveel woorden slimme deursloten, beveiligingscamera’s, babyfoons en alarmsystemen.
          • Met het internet verbonden speelgoed dat kan spreken, filmen of een locatie volgt.
          • Persoonlijke wearables voor gezondheidsmonitoring en alle wearables die voor kinderen bestemd zijn.
          • Routers, modems en netwerkswitches die bedoeld zijn voor verbinding met het internet.
          • Virtuele assistenten voor slimme huizen voor algemene doeleinden.

          Voor klasse I mag u zelf beoordelen, maar alleen wanneer u de geharmoniseerde normen volledig toepast. Zijn die normen er niet, dan schrijft artikel 32, lid 2 een EU-typeonderzoek of volledige kwaliteitsborging voor. Dat betekent een aangemelde instantie en dus doorlooptijd en kosten.

          Bepalen of uw product in een categorie valt, doet u aan de hand van de belangrijkste functionaliteit. Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2392 bevat daarvoor de technische beschrijvingen. Het onderscheid tussen kernfunctie en ondersteunende functie is daarbij bepalend: een smartphone met een wachtwoordbeheerder erop wordt daardoor niet zelf een wachtwoordbeheerder.

          Cyber Resilience Act verplichtingen vanaf 11 december 2027

          Vanaf 11 december 2027 moet een product met digitale elementen voldoen aan de essentiële eisen van bijlage I. Daar horen een gedocumenteerde risicobeoordeling, een technisch dossier, een conformiteitsbeoordeling, een EU-conformiteitsverklaring en de CE-markering bij. Zonder dat pakket mag het product niet in de handel.

          Er komt ook een verplichting bij die verder reikt dan de verkoop. U bepaalt een ondersteuningsperiode die past bij de verwachte gebruiksduur van het product, met een ondergrens van vijf jaar. Gedurende die periode pakt u kwetsbaarheden aan met gratis beveiligingsupdates. Elke uitgebrachte update houdt u daarna nog tien jaar beschikbaar.

          De overgang is minder hard dan hij lijkt. Producten die u vóór 11 december 2027 in de handel bracht, vallen alleen onder de eisen zodra u ze daarna ingrijpend wijzigt. En voor een model dat vóór die datum is ontworpen, hoeft u volgens de richtsnoeren niet opnieuw te ontwerpen. U voert een risicobeoordeling uit en laat daarmee zien dat de bestaande maatregelen volstaan.

          Wat u wel moet kunnen overleggen, is de onderbouwing. De risicobeoordeling hoort in het technisch dossier, samen met de informatie waarop u de ondersteuningsperiode heeft gebaseerd. Ontbreekt een essentiële eis, dan motiveert u in datzelfde dossier waarom die niet van toepassing is.

          Wat u nu zou regelen

          Voor de meldplicht heeft u geen productwijziging nodig, maar wel een route. Leg vast wie binnen uw organisatie beoordeelt of er sprake is van misbruik, wie meldt en via welk kanaal. Zonder die afspraak loopt de termijn van 24 uur al tijdens het uitzoeken af.

          Vier dingen die nu al kunnen, zonder dat u op 2027 wacht:

          1. Wijs een centraal contactpunt aan waar gebruikers en onderzoekers een kwetsbaarheid kunnen melden. Vanaf 2027 is dat verplicht. Zonder dat punt bereikt een melding u pas via een omweg.
          2. Maak een account aan op MijnNCSC of leg vast dat u het open meldformulier gebruikt. In MijnNCSC blijven de waarschuwing, de melding en het eindverslag bij elkaar staan.
          3. Leg vast welke componenten in uw product zitten, tot en met de opensourcebibliotheken in de firmware. Zonder die lijst weet u bij een gemelde kwetsbaarheid niet of uw product geraakt wordt.
          4. Leg de ondersteuningsperiode contractueel vast bij uw leverancier. U belooft de markt vijf jaar updates. Uw fabrikant in Azië heeft die toezegging nu vrijwel zeker niet gedaan.

          De sancties staan in artikel 64. Voor de essentiële eisen en de artikelen 13 en 14 gaat het om boetes tot 15 miljoen euro. Is 2,5 procent van de wereldwijde jaaromzet hoger, dan geldt dat bedrag. Voor de overige verplichtingen ligt de grens op 10 miljoen euro of 2 procent.

          In Nederland houdt de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur toezicht. Die inspectie wijst ook de testhuizen aan. Het NCSC is uitdrukkelijk geen toezichthouder: een melding daar is geen boetemelding en geen aangifte.

          Bronnen
          • Verordening (EU) 2024/2847 betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen, artikelen 13, 14, 21, 32, 64, 69 en 71, tekst op EUR-Lex
          • Europese Commissie, C(2026) 5252, richtsnoeren over de toepassing van de Verordening cyberweerbaarheid, 27 juli 2026, aankondiging en documenten
          • Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, Cyber Resilience Act, toezicht en productcategorieën
          • Nationaal Cyber Security Centrum, melden onder de Cyber Resilience Act, het Nederlandse meldloket
          Wetgeving nagekeken op 30 september 2026
          Francois Frietman
          Oprichter Declaer

          Jurist met een achtergrond in e-commerce. Schrijft over de regels die hij dagelijks toepast in dossiers voor merken en fabrikanten. Meer over Francois

          Veelgestelde vragen

          Moet ik nu al iets doen of pas in december 2027?
          De meldplicht geldt sinds 11 september 2026, ook voor producten die al jaren op de markt liggen. Aan het product zelf hoeft u daarvoor niets te veranderen. U moet wel weten wie beoordeelt, wie meldt en waar dat gebeurt, want de eerste termijn is 24 uur.
          Ik laat in China produceren en zet mijn merk erop. Wie is de fabrikant?
          U. Artikel 21 bepaalt het zo: wie een product onder zijn eigen naam of merk in de handel brengt, wordt als fabrikant beschouwd. Alle verplichtingen uit de artikelen 13 en 14 komen dan bij u te liggen, ongeacht de omvang van uw onderneming.
          Moet ik elke kwetsbaarheid in mijn product melden?
          Nee. De meldplicht geldt voor kwetsbaarheden waarvan betrouwbaar bewijs bestaat dat iemand ze actief misbruikt. Ernstige beveiligingsincidenten meldt u ook. Een kwetsbaarheid uit een pentest of uit responsible disclosure zonder bekend misbruik hoeft u niet te melden. Vrijwillig melden mag altijd.
          Heb ik een aangemelde instantie nodig voor mijn product?
          Dat hangt af van de categorie. Voor een regulier product volstaat een eigen beoordeling. Staat uw product in bijlage III of IV, zoals een babyfoon, een beveiligingscamera of verbonden speelgoed? Dan is een aangemelde instantie nodig zodra geharmoniseerde normen ontbreken of u ze niet volledig toepast.
          Wat gebeurt er als ik niet meld?
          Artikel 64 kent voor overtreding van de artikelen 13 en 14 boetes tot 15 miljoen euro. Of 2,5 procent van de wereldwijde jaaromzet, als dat hoger is. Kleine en micro-ondernemingen krijgen geen boete voor het missen van de termijn van 24 uur, maar de melding zelf blijft verplicht.

          Liever niet zelf uitzoeken?

          Wij bouwen technische dossiers voor merken en fabrikanten, van de risicobeoordeling tot de verklaring die u ondertekent. Stuur uw product door en u krijgt binnen 24 uur een voorstel met een vaste prijs en een doorlooptijd.

          Bekijk het CE-traject